Algemeen

De broers Johan en Alwie Leus reizen in hun herinnering terug
Naar de jaren 50 en 60 op de St. Alphonsusschool

HARBRINKHOEK - De St. Alphonsusschool in Harbrinkhoek bestaat dit jaar maar liefst 100 jaar. Ter ere van dit jubileum is er een jubileumcommissie opgericht die een aantal feestelijke activiteiten op poten zet. Met name aan de schoolreünie wordt veel tijd een aandacht geschonken. Tijdens hun zoektocht naar oud-leerlingen en het daaropvolgende contact hoorden de commissieleden de meest bijzondere verhalen. Zo kwamen ze in contact met de broers Johan (71) en Alwie (64) Leus die hun schooltijd op de St. Alphonsusschool doorliepen in respectievelijk de jaren 50 en 60.

De gebroeders Leus, v.l.n.r. Alwie, Fons, Theo, Gerrit en Johan.

Vanwege het leeftijdsverschil van zeven jaar beleefden Johan en Alwie de lagere schoolperiode op hun eigen manier. Zo herinnert Jan zich nog de emmertjes die op het wasmiddel Persil zaten die hij spaarde voor juffrouw Schroer in ruil voor een rolletje drop. En weet Alwie nog precies dat er voor carnaval een grote mammoet werd gemaakt in het jaar dat de Mammoetwet in het onderwijs in werking trad.

Voor straf in het kolenhok

Het gezin Leus telde vijf jongens. Johan is de oudste van het stel en Alwie de jongste. Toen Johan naar de lagere school ging was de Slagenweg nog een zandweg. Hij werd hij naar en van school vergezeld door zijn buurmeisjes Kamphuis, ook wel ‘De Hotten’ genoemd. Van de kleuterschooltijd staat hem één gebeurtenis nog helder voor de geest. “Uit de aangrenzende tuin van de pastoor had ik eens een appel gestolen”, memoreert hij. “Nou ja, gestolen… een appel die al van de boom was gevallen. Maar daar dacht de juffrouw anders over. Voor straf sloot ze me op in het kolenhok. In het pikkedonker stond ik doodsangsten uit. Ik was zo bang dat ik mijn klomp kapot trapte tegen de deur.” Het was volgens Johan echter niet louter kommer en kwel. “Als we bij juffrouw Schroer in de tweede klas lege emmertjes Persil wasmiddel inleverde kregen we er een rolletje drop voor. Ik heb heel wat emmertjes gespaard!”

Praktijkjongen

Van vlierbessenstruiken maakte Johan de mooiste ‘fleutpiep’n’. En als zijn vader een ploegendienst draaide bij Hedeman deden de vijf broers van jongs af aan samen met moeder Marie het werk op het boerderijtje. Johan was naar eigen zeggen een ‘praktijkjongen’. “Leren ging mij minder goed af”,  laat hij weten. “Dat vond ik als kind heel erg en was weleens jaloers op andere kinderen die wel goed konden leren. Daar lag ik echt soms wakker van. Thuis oefende mijn moeder zoveel mogelijk met mij, maar met vijf kinderen was er weinig tijd voor.”

Hierover schreef juffrouw Schutte in het boek ’75 jaar Mariaparochie: ‘Aan kinderen die gedrags- of leerproblemen hadden, werd nog weinig aandacht besteed. De onderwijzers hadden er niet de middelen en de mogelijkheden voor. Het was niet zozeer onwil, als wel onmacht en onwetendheid hoe je deze kinderen het best kon begeleiden.’

Johan kwam in elk geval goed terecht. Jarenlang werkte hij als vrachtwagenchauffeur en redt zich nog altijd prima. Terugblikkend op zijn schooltijd is de herinnering ondanks alles toch positief.

Twee hanen in ruil voor overgang

Schoolbegeleidingsdiensten bestonden in de 50’er en 60’er jaren niet. De kinderen die wat minder goed konden leren gingen na een aantal doublures met veertien jaar óf na de vijfde klas gewoon van school. Alwie Leus bleef zitten in de tweede klas. Al had zijn vader een manier bedacht waardoor hij misschien toch over kon. Alwie: “Mijn vader had net twee hanen geslacht. Die stopte hij mij onder de snelbinders en zei: ‘Ga daar maar mee naar juffrouw Schutte en vraag of je nu wel over kunt gaan, misschien dat het helpt.’ Het hielp helaas niet”,  zegt hij lachend. “Maar ze hield de hanen wel!”

Al vertellend schiet hem ineens het carnavalsjaar 1968 te binnen. “Ik zat in de zesde klas bij meester Kemperman. Dat jaar ging de Mammoetwet (gericht op de regelgeving van het voortgezet onderwijs, red.) in. De leraren waren het er niet mee eens en bij wijze van protest maakten we voor carnaval een grote mammoet in de gang van papier-maché en lapjes stof. Ten het gevaarte eindelijk klaar was zetten we ‘m op wieltjes. Maar toen paste die niet meer door de schooldeur.”

Verheugen op de kermis en de sportdagen

Het leeftijdsverschil deed niet ter zake op het schoolplein. Zowel Johan als Alwie vermaakte zich er uitermate. Er werd veel geknikkerd, eerst met knikkers van klei, later met glazen knikkers en landjepik (met schilmesjes en zakmesjes) was eveneens een populair spelletje. Waar beiden jaarlijks naar uitkeken was de kermis. “Dan gingen alle klassen op zaterdagochtend van school naar de kermis met muziekvereniging de Eendracht voorop”, vertelt Johan. “De hele stoet trok over straat eerst naar Café Frielink en van daaruit naar de kermis. Alle leerlingen konden met vrijkaartjes in de zweefmolen en de draaimolen. Als klap op de vuurpijl kregen we ook nog ranja en een ijsje. Wekenlang verheugden we ons op de kermis.” “En op de sportdagen net zo”, vult zijn broer aan. “Die vonden eens in de twee jaar plaats in Tubbergen en ook scholen uit Tubbergen en Albergen deden eraan mee.”

Uiteraard hebben Johan, Alwie en hun drie broers zich opgegeven voor de reünie. Sowieso tot die tijd blijven ze herinneringen verzamelen.