Algemeen

Eigenzinnige Borchmannen op de Bellinckhof

ALMELO - Gezien de huidige maatschappelijke en sociale status lijkt het wellicht ongeloofwaardig, maar Almelo kende vroeger heel wat vooraanstaande families in bijpassende onderkomens. Het eerst zal Huize Almelo in gedachten opkomen, onmiddellijk gevolgd door de Bellinckhof. Maar in vroeger dagen had je ook nog de Schuilenborg, De Reigershofte, de Hof van Gulick en de Erven Pezie en Vogelzangh om er maar een paar te noemen. In de meeste gevallen is alleen de naam behouden, met uitzondering van de Bellinckhof.

De naam Bellinckhof komt voor in een akte uit 1452 als er sprake is van een Otten van Bellinckhove. In tegenstelling tot de Van Rechterens op Huize Almelo behoorden zij tot de lagere adel en bewoonden zij de havezathe als een borgleen. De Bellinckhave’s waren borchmannen en dat betekende dat zij in zekere mate schatplichtig waren aan Huize Almelo. Borchmannen moesten hand- en spandiensten aan de leenheer verlenen en ook bij oorlogshandelingen hun bijdrage leveren. Die trouw moesten zij in een eed zweren. In de regel verliep dat zonder problemen, maar soms weigerden die borchmannen aan deze verplichting te voldoen. Dat leidde dan tot confrontaties, waarbij de leenheer uiteindelijk aan het langste eind trok. De borchman liep bij verzet het risico zijn leen kwijt te raken. Dat werd dan door de leenheer aan een ander gegeven als die eerst een eed van trouw zwoer. De havezathe Bellinckhave stond aanvankelijk bekend onder de naam De Woeste en werd bewoond door de familie Du Tour. Die familie was in het bezit gekomen van de havezathe nadat de 20 jarige Golda Catharina Elsebe Everdina van Bellinckhove in 1758 in het huwelijk was getreden met kolonel Du Tour, een familie die ruim een halve eeuw later werd aangeduid als Edelen van Friesland en vanaf 1820 de titel baron mocht voeren. Het nieuwe paar verkocht de Bellinckhof een paar jaar later en verhuisde naar De Woeste bij Reutum/Weerselo met medeneming van de rechten die aan een havezathe verbonden zijn. Dat kon per havezathe verschillen, maar kon onder meer betrekking hebben op het benoemen van predikanten of schoolmeesters of het krijgen van belastingvoordelen. De Bellinckhof raakte in verval en werd uiteindelijk gesloopt, In 1913 werd het omvangrijke complex door J. ten Cate gekocht en in 1919 legde zijn vijfjarige zoon de eerste steen voor het nieuwe landhuis. Ook gingen twee dienstwoningen en een koetshuis deel uitmaken van het landgoed. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zocht een bijzondere figuur onderdak in het landhuis. Anton Mussert, de Nederlandse nazi vazal van Adolph Hitler. Rondom het fraaie landhuis is een park aangelegd onder architectuur van de beroemde parkarchitect Leonard Springer. In november 2014 verwoeste een brand een deel van de benedenverdieping waardoor het huis een tijdje onbewoonbaar werd. Ten Cate heeft een paar jaar geleden een plan gelanceerd om aan de achterzijde van de Bellinckhof een nieuw landgoed aan te leggen. Landgoed Vogelsangk met 8000 bomen, een waterpartij en wandelpaden. De benodigde grond – 11,5 hectare landbouwgrond– heeft hij aangekocht en met de naamgeving wordt een oude naam in ere hersteld. Een deel van de gemeenteraad maar ook burgers zijn er niet onverdeeld positief over. Zij zien het kolossale landhuis in het centrum van het nieuwe natuurgebied niet zitten.

Peter van der Molen