Algemeen

Marie (88) en Bennie (88) zaten in oorlogstijd noodgedwongen thuis, Duitse soldaten namen de St. Alphonsusschool in

HARBRINKHOEK - De St. Alphonsusschool in Harbrinkhoek bestaat dit jaar maar liefst 100 jaar. Ter ere van dit jubileum is er een jubileumcommissie opgericht die een aantal feestelijke activiteiten op poten zet. Met name aan de schoolreünie wordt veel tijd een aandacht geschonken. Tijdens hun zoektocht naar oud-leerlingen en het daaropvolgende contact hoorden de commissieleden de meest bijzondere verhalen. Zo haalden Marie Rikhof-Leus en Bennie Kampkuiper herinneringen op aan hun schooltijd tijdens de Tweede Wereldoorlog. 

De eerste drie jaar van de oorlog gingen Marie en Bennie gewoon naar school. Totdat Duitse soldaten bezit namen van de school en er een laboratorium van maakten. Hier werd ingeblikt vlees onderzocht op mogelijke vergiftiging door cavia’s, geiten en konijnen als proefdieren in te zetten.

Tekort aan brandstof, papier en schoenen

Bennie Kampkuiper kan zich het moment waarop de oorlog ook Harbrinkhoek bereikte nog goed herinneren. “Het was op 5 mei 1940. Ik zat in de tweede klas van de St. Alphonsusschool”,  blikt hij terug. “’s Morgens vroeg rond 06.00 uur werd ik wakker door het klepperende geluid van zo’n 60 soldaten te paard die bij ons huis langskwamen. Kort daarna viel bij Café de Kroon het eerste slachtoffer.” Ondertussen kreeg Marie Rikhof-Leus bij haar thuis aan de Peuversweg in Harbrinkhoek nog niets mee van het begin van de oorlog. Aanvankelijk konden ze nog wel gewoon naar school. Behalve als het hard vroor in de winter, want dan was er geen verwarming. Vanwege de oorlog heerste er namelijk een enorm tekort aan kolen, hout en turf. Zelfs gewoon papier was er niet meer, slecht papier met houtvezels. “Wanneer je met je kroontjespen op die vezels stootte, spatte de inkt in het rond”, vertelt Marie. “Maar ook kleren en schoenen werden schaars. Klompenmaker Pierik kwam bij mijn ouders vragen of hij een paar van hun populieren mocht kappen. Daar maakte hij voor ons gezin klompen van. Het overige hout kon hij dan voor zichzelf gebruiken.”

‘Wie met kerkklokken schiet, wint de oorlog niet’

Ongeveer in 1942 waren Marie en Bennie onderweg naar school toen er een geallieerd vliegtuig neerstortte. “Brokstukken vlogen eraf en de parachutisten kwamen naar beneden”,  memoreert Bennie. “De piloot zag dat het vliegtuig richting de stad ging en heeft het brandende vliegtuig omgegooid dat neerstortte in de wei bij de familie Kotte aan de Markgravenweg. Daarmee heeft hij waarschijnlijk heel wat levens gered. Wat er uiteindelijk met de piloot is gebeurd, weet ik niet.” In diezelfde periode werden ook de kerkklokken uit de kerk geroofd. “Daar werd munitie van gemaakt”,  weet Marie te vertellen. “De NSB-er Nijkamp uit Almelo had dit geregeld met zijn partijgenoten. De pastoor heeft zich hier heftig tegen verzet maar het mocht helaas niet baten.” “Daar werd zelfs een liedje over gezongen”,  vult Bennie aan. “Wie met kerkklokken schiet, wint de oorlog niet.”

Les in Café Tibbe

In 1944 namen de Duitsers de St. Alphonsusschool in. “Dit waren zeer ontwikkelde Duitsers waar de inwoners weinig last van hadden. Ze richtten er een laboratorium in waar ze met behulp van proefieren ingeblikt vlees onderzochten op gif. Dit om te voorkomen dat Duitse soldaten werden vergiftigd.” De inbeslagname van de school betekende voor de leerlingen dat zij noodgedwongen voor onbepaalde tijd thuis moesten blijven. Pas in de vijfde klas kreeg Bennie, samen met een tiental andere leerlingen, weer les. “Alleen leerlingen die naar de MULO gingen les, ter voorbereiding op het vervolgonderwijs. De lessen werden niet gegeven in de school maar bij Café Tibbe door meester Snoeyink.” De andere kinderen moesten na de bevrijding naar de zevende klas om de verloren schooltijd in te halen.

Juffrouw Van Harten met het nauwe rokje en truitje

Niet dat de kinderen zich thuis verveelden. De meeste leerlingen moesten helpen op de boerderij. Dat was tijdens schoolvakanties niet anders. De herfstvakantie werd zelfs door het schoolhoofd overlegd met de boeren. Wanneer de aardappels gestoken moesten worden, kregen de kinderen vrij. Soms begon het werk dan al zo vroeg dat de kinderen doorgestoken vingers hadden van de kou.

Ondanks de gemiste schooljaren kunnen Marie en Bennie zich de meesters en juffrouwen nog goed herinneren. “Juffrouw van Harten uit Langeveen van de eerste klas”,  zegt Bennie. “Met het nauwe rokje en truitje.” Marie knikt instemmend als Bennie vervolgt: “In de tweede klas hadden we juffrouw Kock, in de derde juffrouw Baake, de zus van de latere meester Baake.” “Meester Snoeyink stond voor de vierde klas”, vult Marie aan. “In de vijfde klas stond meester Op de Woerd, meester Evers in de zesde en in de zevende meester Kemerink die ook het schoolhoofd was.”

Eindelijk bevrijd

Ter voorbereiding op het Groot  Aannemen kreeg Marie met nog een klasgenoot les inde kerk van pastoor Lukens. “Tijdens deze ondervraging kwam Trui van de pastoor, de pastoorsmeid, de kerk in rennen en riep: ‘we zijn bevrijd!’”, vervolgt Marie. “Iedereen was dolblij en de kinderen mochten gelijk naar huis.” Nadat de Duitsers de school verlieten, trokken de Geallieerden erin. In het St. Jansgebouw, de latere kleuterschool, kwamen na de bevrijding Canadezen. Op het toekomstige industrieterrein, naast het huis van John Brughuis, lagen ook Canadezen met hun tanks. Zij deelden vaak ‘chocolat en cigarets’, chocolade en sigaretten, uit. “Ik weet het nog goed”, vertelt Marie. “Mijn vader stuurde mij er dikwijls naartoe. Mijn schortje stopte ik vol met eieren om ze te ruilen tegen tabak voor mijn vader. Dan kreeg ik ook vaak chocola.” “Ik niet”,  reageert Bennie lachend. “Ik liep er vaak langs maar meisjes hadden blijkbaar een streepje voor.”